ECLI:NL:CRVB:2012:BV3481
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep veroordeelt UWV tot proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep
Appellant stelde hoger beroep in tegen een besluit van het UWV. De Raad heeft het UWV bij tussenuitspraak opgedragen het besluit te herstellen, waarna het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar nam die geheel tegemoet kwam aan de bezwaren van appellant. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Raad oordeelde dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet het UWV bij afzonderlijke uitspraak veroordeeld kan worden in de kosten indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de bezwaren tegemoetkomt en het beroep wordt ingetrokken.
De Raad stelde vast dat het UWV met de nieuwe beslissing op bezwaar geheel aan de bezwaren tegemoet was gekomen en veroordeelde het UWV tot betaling van proceskosten aan appellant. De kosten werden begroot op in totaal € 2.162,--, bestaande uit kosten in bezwaar, beroep en hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.
De beslissing werd genomen zonder zitting op verzoek van partijen en de vergoeding van het griffierecht werd aan appellant gelaten om rechtstreeks bij het UWV te vorderen.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van € 2.162,-- aan proceskosten aan appellant.