ECLI:NL:CRVB:2012:BV2745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering nabestaandenuitkering en toekenning halfwezenuitkering volgens Algemene nabestaandenwet
Appellant, geboren in 1958, was gehuwd met een overleden partner en heeft in maart 2009 een aanvraag ingediend voor een nabestaandenuitkering en een halfwezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde de nabestaandenuitkering vanwege een nieuw huwelijk van appellant en kende een halfwezenuitkering toe met ingang van 1 maart 2008.
Appellant maakte bezwaar tegen beide besluiten, maar de Svb verklaarde het bezwaar ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij recht had op een nabestaandenuitkering. De Raad oordeelde echter dat het bezwaar van appellant feitelijk alleen betrekking had op de ingangsdatum van de halfwezenuitkering en dat de stelling over de nabestaandenuitkering niet aan de orde kon komen.
De rechtbank had het beroep gegrond verklaard voor zover het ging om de weigering van de nabestaandenuitkering, maar het beroep tegen de halfwezenuitkering ongegrond verklaard. De Raad bevestigde dit oordeel en vond geen aanleiding voor toepassing van bijzondere terugwerkende kracht. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de nabestaandenuitkering bevestigd; de halfwezenuitkering blijft toegekend met ingang van 1 maart 2008.