ECLI:NL:CRVB:2012:BV2683
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- T.L. de Vries
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling dagloon voor loongerelateerde WIA-uitkering ondanks niet-uitbetaalde overwerkuren en vakantiedagen
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin het dagloon voor zijn loongerelateerde WIA-uitkering werd vastgesteld op basis van het loon dat hij daadwerkelijk in de referteperiode heeft ontvangen. Appellant stelde dat het dagloon verhoogd moest worden met bijna €15.000 vanwege niet-uitbetaalde overwerkuren en vakantiedagen die volgens hem wel in de referteperiode hadden moeten worden uitbetaald.
De rechtbank had het beroep van appellant tegen het UWV-besluit ongegrond verklaard, omdat het UWV terecht het dagloon had vastgesteld op het daadwerkelijk genoten loon zoals door de werkgever was opgegeven. De kantonrechter had bovendien de loonvordering van appellant jegens zijn werkgever over de referteperiode afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 13, eerste lid, Wet WIA en artikel 2, eerste lid, van het Besluit dagloonregels het uitgangspunt is dat het dagloon wordt vastgesteld op het daadwerkelijk genoten loon. Het vierde lid van artikel 2 maakt Pro een uitzondering voor loon dat vorderbaar maar niet inbaar is, maar dit is hier niet van toepassing omdat de loonvordering door de kantonrechter was afgewezen.
De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het dagloon terecht is vastgesteld op het daadwerkelijk genoten loon zonder toevoeging van niet-uitbetaalde overwerkuren en vakantiedagen.