ECLI:NL:CRVB:2012:BV2061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens voldoende medische grondslag en geschiktheid functies
Appellant meldde zich ziek met psychische klachten na een traumatische gebeurtenis en werd door verzekeringsartsen onderzocht. De Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) toonde beperkingen, maar geselecteerde functies bleken passend binnen deze beperkingen. Het UWV weigerde daarom een WIA-uitkering.
Na bezwaar en nader medisch onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts bleef het oordeel dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt voor bepaalde functies. De rechtbank schakelde een onafhankelijke deskundige in, die de beperkingen en geschiktheid bevestigde.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische en lichamelijke klachten ernstiger waren en dat hij niet fulltime kon werken. De Raad overwoog echter dat het oordeel van de onafhankelijke deskundige, ondersteund door medische rapporten en de CIZ-indicatie, leidend is. De Raad vond geen aanleiding om van dit oordeel af te wijken en bevestigde de eerdere uitspraak dat appellant geschikt is voor de geselecteerde functies en geen recht heeft op WIA-uitkering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.