ECLI:NL:CRVB:2012:BV1942
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Herstel gebrekkige motivering UWV-besluit over belastbaarheid en WAO-uitkering
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV over haar belastbaarheid en WAO-uitkering per 22 februari 2007. De Raad had eerder een tussenuitspraak gedaan waarin werd vastgesteld dat de medische motivering onvoldoende was. Het UWV liet daarop een nieuw medisch rapport opstellen door bezwaarverzekeringsarts Bakker, maar dit rapport nam de eerdere gebreken niet weg.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV niet geslaagd is in de opdracht om de gebreken te herstellen. De medische grondslag voor het vaststellen van de belastbaarheid van appellante, met name voor haar persoonlijk functioneren, is onvoldoende gemotiveerd. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover het het beroep ongegrond verklaarde en verklaart het beroep gegrond.
De Raad draagt het UWV op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen dat het gebrek herstelt. Tevens kan het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid per 8 oktober 2007 opnieuw vaststellen en dit in hetzelfde besluit verwerken. Het geschil kan pas definitief worden beslecht nadat het UWV ook over deze latere datum een besluit heeft genomen.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke en gemotiveerde medische onderbouwing bij het vaststellen van belastbaarheid en arbeidsongeschiktheid in het kader van de WAO-uitkering.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit over de belastbaarheid en WAO-uitkering van appellante te herzien en binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.