ECLI:NL:CRVB:2012:BV1868
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand ondanks beroep op dringende redenen en verjaring
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Haarlem tot terugvordering van bijstand over de periode 1998-2003. Na meerdere eerdere uitspraken en herzieningen stelde het College een bedrag van €18.311,88 terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad beperkt zich in hoger beroep tot de terugvordering en stelt vast dat het College het beleid correct heeft toegepast.
Appellante voerde aan dat sprake was van dringende redenen om van terugvordering af te zien, zoals het ontbreken van verwijtbaarheid en ernstige sociale en financiële gevolgen, en dat de vordering verjaard was. De Raad oordeelt dat deze gronden onvoldoende zijn onderbouwd en dat de wettelijke basis voor verjaring ontbreekt. Het hoger beroep wordt daarom verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van bijstand wordt bevestigd.