ECLI:NL:CRVB:2012:BV1775
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en verlaging bijstand wegens niet-melding vermogen
Appellante ontving vanaf oktober 2004 bijstand op grond van de WWB. Bij onderzoek bleek dat zij een bankrekening met een saldo van €10.000 had, waarvan zij geen melding had gemaakt bij haar aanvraag. Het College trok de bijstand over de periode oktober 2004 tot mei 2005 in en vorderde €5.028,89 terug, vanwege schending van de inlichtingenverplichting.
Daarnaast legde het College een maatregel op van 100% verlaging van de bijstand over augustus 2008. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat het geld afkomstig was uit een erfenis en bestemd was voor haar zoon, maar zij kon dit niet met objectief bewijs onderbouwen.
De Raad oordeelde dat het saldo op de bankrekening terecht tot het vermogen van appellante werd gerekend en dat zij de inlichtingenverplichting had geschonden. De opgelegde verlaging was in overeenstemming met de gemeentelijke verordening en de omstandigheden boden geen aanleiding tot matiging. De hoger beroepen werden verworpen en de uitspraken van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De hoger beroepen worden verworpen en de intrekking en verlaging van de bijstand worden bevestigd.