ECLI:NL:CRVB:2012:BV1656
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Ziektewetuitkering wegens onvoldoende toename arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam in de financiële administratie, meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten en ontving aanvankelijk een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15-25%. Na een periode van WW en ziektewet (ZW) stelde het UWV dat haar beperkingen niet zodanig waren toegenomen dat zij niet geschikt was voor een van de functies die bij de WAO-beoordeling waren vastgesteld.
Appellante voerde aan dat haar klachten waren toegenomen, onder meer door nek- en rugproblemen en gehoorverlies. Het UWV en de bezwaarverzekeringsarts concludeerden na medisch onderzoek dat er geen ernstige toename van beperkingen was en dat zij geschikt bleef voor ten minste één van de functies, namelijk medewerker kaartverkoop of verkoper wit- en bruingoed.
De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de toegenomen klachten niet in relevante mate afweken van de eerdere beoordeling. Ook de indicatie voor een gehandicaptenparkeerkaart werd niet als doorslaggevend gezien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; geen verdere Ziektewetuitkering toegekend wegens onvoldoende toename van arbeidsongeschiktheid.