ECLI:NL:CRVB:2012:BV1619
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsuitkering en maatschappelijke opvang aan EU-burger zonder langdurig verblijf
Appellante, een Bulgaarse EU-burger zonder vaste woon- of verblijfplaats, vroeg bijstand aan op grond van de WWB en opvang op grond van de WMO. Het College wees deze aanvragen af omdat appellante niet aannemelijk kon maken dat zij langer dan drie maanden in Nederland verbleef en niet dakloos was.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante ongegrond en wees ook haar beroep op het EVRM en het VN-Vrouwenverdrag af. In hoger beroep stelde appellante dat zij een kwetsbare persoon is en daarom niet van voorzieningen uitgesloten mag worden.
De Raad oordeelde dat appellante geen bewijs leverde van langdurig verblijf en dat het beroep op het VN-Vrouwenverdrag niet tot een positieve verplichting leidt om de eis van rechtmatig verblijf te laten varen. Ook was zij niet dakloos, zodat weigering van maatschappelijke opvang geen onevenredige inbreuk vormt.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsuitkering en maatschappelijke opvang aan appellante wordt bevestigd wegens onvoldoende bewijs van langdurig verblijf en het ontbreken van dakloosheid.