ECLI:NL:CRVB:2012:BV1018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens ontbreken woonplaats in gemeente Zaanstad
Appellante ontving bijstand van de gemeente Zaanstad, maar het College stelde op basis van een anonieme melding en daaropvolgend onderzoek vast dat zij niet op haar geregistreerde adres woonde, maar op een camping in Noord-Holland. Dit leidde tot intrekking van de bijstand en terugvordering van kosten.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel haar hoofdverblijf in Zaanstad had, onder meer omdat zij haar woning aan het opknappen was en vanwege bedreigingen door haar ex-partner tijdelijk elders verbleef. De Raad beoordeelde de feiten aan de hand van verklaringen van appellante, getuigenverklaringen en huisbezoek.
De Raad concludeerde dat appellante feitelijk niet in Zaanstad woonde maar op de camping verbleef omdat haar woning onbewoonbaar was. De verklaringen van appellante en de bevindingen van het onderzoek boden een toereikende feitelijke grondslag voor het besluit van het College. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.