ECLI:NL:CRVB:2012:BV0989
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stellen aanvraag bijstand wegens ontbreken geldig legitimatiebewijs
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en diende hiertoe een aanvraag in bij het UWV Werkbedrijf. Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam stelde de afhandeling van de aanvraag op 4 januari 2010 opgeschort vanwege het ontbreken van een kopie van een geldig legitimatiebewijs en gaf appellant een hersteltermijn tot 15 januari 2010 om de ontbrekende stukken aan te leveren.
Appellant leverde niet tijdig het legitimatiebewijs aan en vroeg ook geen verlenging van de termijn. Het College stelde daarop de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat het College terecht om een geldig legitimatiebewijs heeft gevraagd, omdat dit noodzakelijk is om de identiteit vast te stellen volgens de WWB en de Wet op de identificatieplicht. De Raad stelt vast dat appellant binnen de hersteltermijn redelijkerwijs over het legitimatiebewijs kon beschikken en dat hij op de consequenties van het niet overleggen was gewezen. De Raad bevestigt het besluit van het College en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De aanvraag bijstand wordt buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig overleggen van een geldig legitimatiebewijs.