ECLI:NL:CRVB:2012:BV0947
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.F. Bandringa
- Y.J. Klik
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen vermogen en oncontroleerbare inkomsten
Appellante ontving vanaf 23 februari 2007 bijstand op grond van de WWB. Na onderzoek naar vermeende verzwegen vermogen en oncontroleerbare inkomsten, waaronder opname van geld en aankoop van grond in Suriname, trok het College de bijstand in en vorderde terugbetaling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. Appellante voerde aan dat zij slechts juridische eigenaar was van het perceel en dat zij niet in de gelegenheid was gesteld haar stellingen te bewijzen.
De Raad oordeelt dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet over het perceel kon beschikken en dat zij voldoende gelegenheid heeft gehad haar standpunten te onderbouwen. De waarde van haar sieraden overschreed de vermogensgrens niet, en de intrekking van bijstand vanaf 1 september 2007 is onterecht.
De intrekking over de periode 23 februari tot en met 31 augustus 2007 is wel gerechtvaardigd. De Raad vernietigt de uitspraak voor zover de rechtsgevolgen van het besluit van 18 november 2008 in stand zijn gelaten en draagt het College op een nieuw besluit te nemen over de terugvordering. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten.
Uitkomst: Intrekking bijstand vanaf 1 september 2007 onterecht; nieuw besluit terugvordering over 23 februari tot 31 augustus 2007 opgelegd.