ECLI:NL:CRVB:2012:BV0941
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens wegvallen pensioenschade
Appellant stelde in hoger beroep dat hij pensioenschade had geleden door een disciplinaire straf. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat uit salarisspecificaties bleek dat appellant was gecompenseerd. Pas in hoger beroep bleek door een mededeling van het ABP dat het jaarinkomen over 2005 en 2006 was gecorrigeerd, waardoor er geen sprake meer was van pensioenschade.
Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding. De korpsbeheerder verzette zich tegen deze vergoeding, stellende dat het verzoek om schadevergoeding pas na de bezwaarbeslissing was ingediend en dat het beroep ongegrond was verklaard.
De Raad oordeelde dat de intrekking van het beroep volgde uit het tegemoetkomen van de korpsbeheerder en veroordeelde de korpsbeheerder in de proceskosten van appellant, begroot op € 1.081,-. De vergoeding van griffierecht kan appellant rechtstreeks bij de korpsbeheerder vorderen.
Uitkomst: De korpsbeheerder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellant van € 1.081,-.