ECLI:NL:CRVB:2012:BV0615
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Geen aanspraak op ziekengeld bij ontbreken loondoorbetaling volgens artikel 29 Ziektewet
Betrokkene viel sinds 1 maart 2002 uit voor zijn werkzaamheden en ontving gedurende 52 weken loon doorbetaald door de werkgever. Na het bereiken van de WAO-wachttijd werd een WAO-uitkering toegekend. Betrokkene viel in 2005 definitief uit door een andere ziekteoorzaak. Werkgever en betrokkene verzochten om toekenning van ziekengeld op grond van de Ziektewet, maar appellant wees dit af omdat de werkgever verplicht was het loon door te betalen.
De rechtbank vernietigde deze besluiten wegens ondeugdelijke motivering en legde appellant op een nieuw besluit te nemen. In hoger beroep stelde appellant dat artikel 29, tweede lid, van de Ziektewet een limitatieve opsomming bevat van gevallen waarin ziekengeld wordt toegekend en dat artikel 29, vijfde lid, geen grondslag biedt voor toekenning.
De Raad bevestigde dat er geen aanspraak op ziekengeld bestaat buiten de in artikel 29, tweede lid, genoemde gevallen en dat het niet aan de rechter is om eventuele lacunes in de wet te vullen. Ook het beleid op basis van het vijfde lid kan geen recht op ziekengeld verschaffen. De beroepen van betrokkene en werkgever werden ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken vernietigd.
Uitkomst: De beroepen van betrokkene en werkgever worden ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld wordt geweigerd.