ECLI:NL:CRVB:2011:BV1030
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering wegens pensioenpremie maatmanloon
Appellant verzocht om herziening van zijn WAO-uitkering op grond van een vermeerd voordeel door een hogere werkgeversbijdrage in pensioen- en vutpremies. Het UWV wees dit verzoek af, waarop appellant bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde. De rechtbank oordeelde dat het UWV ten onrechte geen onderzoek had gedaan naar een meer dan gebruikelijke pensioenpremie, vernietigde het besluit en gaf opdracht tot nieuw onderzoek.
Na nieuw onderzoek verklaarde het UWV het bezwaar opnieuw ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel en vond dat het bedrijf een eigen bedrijfstak vormt, waardoor vergelijking met andere pensioenregelingen binnen de metaalindustrie niet relevant is. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, stellende dat het voordeel voor werknemers groter was dan in de branche gebruikelijk.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de nieuwe informatie geen aanleiding gaf het eerdere standpunt te herzien. Gezien de unieke positie van het bedrijf en het eigen pensioenfonds is er geen sprake van een hogere dan gebruikelijke premie. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak en zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot herziening van de WAO-uitkering wegens pensioenpremie.