ECLI:NL:CRVB:2011:BV0093
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar bij beëindiging bijstand wegens ontbreken bezwaargronden
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen om haar bijstand met ingang van 5 januari 2009 te beëindigen en de ten onrechte ontvangen bijstand terug te vorderen. Het eerste bezwaarschrift was een pro-forma bezwaar zonder gronden, met het verzoek om uitstel voor het indienen van de gronden. Het College verleende twee hersteltermijnen, maar appellante diende geen bezwaargronden binnen deze termijnen in.
Het College verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van de gronden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat zij wel degelijk bezwaar had gemaakt en dat de procedure onzorgvuldig was verlopen, onder meer door het ontbreken van een brief bij haar gemachtigde en het contact van de rechtbank met de gemeente zonder haar te informeren.
De Raad oordeelde dat het bezwaar onmiskenbaar geen gronden bevatte en dat het College bevoegd was het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. De Raad vond de handelwijze van de rechtbank niet ontoelaatbaar en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wegens het ontbreken van bezwaargronden binnen de gestelde hersteltermijnen.