ECLI:NL:CRVB:2011:BV0043
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- O.L.W.H.I. Korte
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum bijstand en vergoeding schade wegens overschrijding redelijke termijn
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en stelde dat de bijstand met ingang van een eerdere datum dan 4 juli 2004 had moeten worden toegekend. Na eerdere procedures waarbij het College het bezwaar ongegrond verklaarde en de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk, vernietigde de Raad deze uitspraak en bepaalde dat het College een nieuw besluit moest nemen.
Het College kende bij besluit van 26 februari 2010 bijstand toe vanaf 4 juli 2004 tot en met 6 juli 2005. Appellant stelde in hoger beroep dat de bijstand al eerder had moeten ingaan, verwijzend naar eerdere meldingen bij het CWI. De Raad oordeelde dat appellant zich weliswaar op 3 oktober 2003 meldde, maar dat dit niet leidde tot een daadwerkelijke aanvraag vanwege eigen toedoen. Er was geen bewijs van eerdere aanvraag op de door appellant genoemde datum 21 juli 2003.
Daarnaast verzocht appellant om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De Raad stelde vast dat de procedure ruim zes en een half jaar duurde, waarbij de overschrijding van de redelijke termijn geheel aan het College kon worden toegerekend. De immateriële schade werd vastgesteld op € 3.000,--. De Raad vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond, handhaafde de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit en veroordeelde het College tot schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, bijstand toegekend vanaf 4 juli 2004 en het College veroordeeld tot schadevergoeding van € 3.000,-- en proceskosten.