ECLI:NL:CRVB:2011:BV0029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens ontbreken aanvraag WAO-uitkering
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV over zijn WAO-uitkering. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat geen aanvraag was ingediend. De rechtbank Rotterdam oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de aanvraagbrief van 13 maart 2005 bij het UWV was ontvangen en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij de aanvraag wel heeft verzonden en verzocht om schadevergoeding. De Centrale Raad van Beroep heeft het geschil beperkt tot de vraag of het UWV de aanvraagbrief heeft ontvangen. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellant dit niet aannemelijk heeft gemaakt, mede omdat geen stukken na 13 maart 2005 zijn overgelegd die ontvangst aantonen.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door J. Brand en uitgesproken op 30 december 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.