ECLI:NL:CRVB:2011:BU9943
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van het besluit dat appellant geen recht meer heeft op een Ziektewetuitkering
Appellant, werkzaam als verzorgende in de thuiszorg, meldde zich op 22 juni 2009 ziek met burnoutklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Op 7 juli 2009 concludeerde een verzekeringsarts van het UWV dat appellant geen medisch objectiveerbare belemmeringen meer had om zijn werk te verrichten, waarna het UWV het recht op uitkering introk.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat zijn psychische toestand niet juist was beoordeeld en dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door geen informatie in te winnen bij zijn behandelaars. De bezwaarverzekeringsarts handhaafde het besluit na eigen onderzoek en het bezwaar werd ongegrond verklaard.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Appellant ging in hoger beroep, maar de Centrale Raad van Beroep concludeerde eveneens dat het UWV op goede gronden had vastgesteld dat appellant geschikt was voor arbeid. De medische informatie in hoger beroep bood geen nieuwe aanknopingspunten om het besluit te herzien.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV dat appellant geen recht meer heeft op een Ziektewetuitkering wordt bevestigd.