ECLI:NL:CRVB:2011:BU9316
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkering 15-25% na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante ontving een WAO-uitkering van 55 tot 65%, die door het UWV per 4 januari 2006 werd beëindigd. Na ziekmelding in 2007 weigerde het UWV een nieuwe WAO-uitkering toe te kennen vanwege het ontbreken van een toename van arbeidsongeschiktheid. Appellante maakte bezwaar en stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met haar beperkingen, waaronder een urenbeperking.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, maar verklaarde het beroep tegen het latere besluit van het UWV ongegrond. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep van appellante onderzocht, waarbij zij stelde dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onvoldoende beperkingen bevatte en dat er ten onrechte geen urenbeperking was toegekend.
De Raad oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de bezwaarverzekeringsartsen voldoende hadden gemotiveerd dat er geen aanleiding was voor een urenbeperking. De brieven van de internist en cardioloog werden meegewogen, maar konden het oordeel niet wijzigen. De Raad zag geen noodzaak een onafhankelijke deskundige te benoemen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
De Raad concludeerde dat de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% passend was en dat de klachten van appellante, waaronder CVS/ME, niet leidden tot een andere beoordeling van haar belastbaarheid op de datum in geding, 4 juni 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de WAO-uitkering van 15 tot 25% en wijst het hoger beroep van appellante af.