ECLI:NL:CRVB:2011:BU9252
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- J. Brand
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde WAO-uitkering zonder dringende redenen
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het besluit van het UWV bevestigde om een bedrag van €7.730,71 terug te vorderen dat zij onterecht had ontvangen over de periode van 24 januari 2006 tot 26 juni 2007. Appellante stelde dat zij herhaaldelijk contact had gezocht met het UWV over de juistheid van haar uitkering en dat het UWV haar in de waan had gelaten dat zij geen te veel ontvangen uitkering had. Zij vond het onrechtvaardig dat de fout van het UWV volledig op haar werd afgewenteld.
De Raad overwoog dat artikel 57, eerste lid, van de WAO het UWV verplicht het volledige te veel betaalde bedrag terug te vorderen, ongeacht wie schuld heeft aan de fout. De omstandigheden aangevoerd door appellante, waaronder het nalatig handelen van het UWV en het ontbreken van schuld bij haar, zijn volgens de wetgever niet relevant voor de terugvordering.
Verder heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat er geen dringende redenen zijn om van terugvordering af te zien, zoals bedoeld in artikel 57, vierde lid, van de WAO. De Raad bevestigt dat alleen onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen een reden kunnen zijn om terugvordering achterwege te laten, en appellante heeft onvoldoende onderbouwd dat dit het geval is.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €7.730,71 door het UWV zonder dat sprake is van dringende redenen om hiervan af te zien.