ECLI:NL:CRVB:2011:BU9155
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep wegens niet tijdig indienen beroepsgronden
Appellant stelde beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar diende niet binnen de gestelde termijn de gronden van het beroep in. De rechtbank verklaarde het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wees het verzet ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het aanvullend beroepschrift wel degelijk een beroepsgrond bevatte en dat hij vanwege psychische decompensatie door ernstige ziekte van zijn echtgenote niet in staat was tijdig gronden in te dienen. De Raad stelde vast dat deze stellingen reeds bij de rechtbank waren ingebracht en meegewogen.
De Raad oordeelde dat de rechtbank de artikelen 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, en 6:6 van de Awb correct had toegepast en dat er geen sprake was van een evidente schending van een goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen die een eerlijk proces waarborgen. Daarom werd het appelverbod niet doorbroken.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door M.C. Bruning op 15 december 2011.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep wegens niet tijdig indienen van beroepsgronden.