ECLI:NL:CRVB:2011:BU8983
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering Wajong-uitkering en overschrijding redelijke termijn
Appellant heeft een Wajong-uitkering aangevraagd die door het UWV is geweigerd omdat hij niet arbeidsongeschikt was per de beoordelingsdatum 1 maart 2004. Na diverse procedures en herzieningen heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 22 april 2008 ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich op de juistheid van de beoordelingsdatum, de medische en arbeidskundige grondslagen, en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad bevestigt dat de beoordelingsdatum 1 maart 2004 juist is en dat er geen sprake is van een bijzonder geval waardoor de uitkering eerder zou ingaan. De medische rapporten en de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 10 mei 2007 zijn zorgvuldig opgesteld en geven een juiste weergave van de beperkingen van appellant. Het verzoek tot benoeming van een medisch deskundige wordt afgewezen wegens gebrek aan nieuwe medische gegevens.
Ten aanzien van het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn oordeelt de Raad dat de rechtbank ten onrechte geen beslissing heeft genomen. De Raad constateert een overschrijding van ruim drie jaar in zowel de bestuurlijke als rechterlijke fase en heropent het onderzoek om hierover een nadere uitspraak te doen. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten en wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Weigering Wajong-uitkering per 1 maart 2004 bevestigd; onderzoek naar schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn heropend.