ECLI:NL:CRVB:2011:BU8645
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing vereist nieuw onderzoek
Appellant, een voormalig tomatenplukker, ontving sinds 1994 een WAO-uitkering. Het UWV startte een onderzoek naar zijn arbeidsongeschiktheid per 24 november 1994, waarbij een medisch en arbeidskundig rapport werd opgesteld. Op basis hiervan werd de uitkering per 25 maart 2002 ingetrokken wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze beslissing.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde eerdere uitspraken omdat het UWV onvoldoende duidelijk had gemaakt dat appellant op de ingangsdatum arbeid kon verrichten. Het medisch onderzoek van 2001 was onvoldoende, vooral het psychiatrisch rapport was te summier en niet doorslaggevend. Nieuw onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts in 2009 bevestigde dat er geen medische feiten waren die een verslechtering van de gezondheidstoestand konden onderbouwen.
De Raad concludeert dat het bestreden besluit onvoldoende medische onderbouwing heeft en dat nieuw medisch onderzoek, inclusief psychiatrisch onderzoek, noodzakelijk is om het besluit te heroverwegen. Tevens wijst de Raad erop dat appellant zelf medische gegevens moet aanleveren indien beschikbaar. Het UWV wordt opgedragen binnen zesentwintig weken het gebrek in het besluit te herstellen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het gebrek in het besluit te herstellen door nieuw medisch onderzoek te laten verrichten.