ECLI:NL:CRVB:2011:BU8501
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- B.J. van de Griend
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellant ontving bijstand als alleenstaande en verhuurde vanaf februari 2009 een kamer aan [E.E.]. Na onderzoek, onder meer naar bankgegevens en verklaringen, concludeerde het College dat appellant en [E.E.] een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden, waardoor bijstand onterecht werd verleend en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat sprake was van kostgangerschap en dat terugvordering hem belemmert een eigen bedrijf op te zetten. De Raad oordeelde dat aan de wettelijke criteria voor gezamenlijke huishouding was voldaan, waarbij de wederzijdse zorg en financiële verstrengeling verder gingen dan bij kostgangerschap.
De Raad vond de onderzoeksbevindingen toereikend en oordeelde dat de situatie van appellant en [E.E.] boven een commerciële kostgangerrelatie uitstijgt. Er was geen dringende reden om van terugvordering af te zien en geen grond voor kwijtschelding. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.