ECLI:NL:CRVB:2011:BU8391
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding beroepstermijn in WAO-uitkeringszaak
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 13 november 2005 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en het beroep bij de rechtbank werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de beroepstermijn.
Appellante stelde dat zij aanvankelijk niet begreep dat het besluit een nieuwe vaststelling betrof, mede omdat een andere beroepsprocedure liep en haar gemachtigde toen niet betrokken was. De Raad overwoog dat de termijn voor beroep zes weken bedraagt en dat appellante het beroepschrift pas in april 2009 indiende, ruim na het verstrijken van de termijn.
De Raad oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, mede omdat appellante tijdig bezwaar had gemaakt en zij tijdens de hoorzitting niet had aangegeven dat haar gemachtigde betrokken moest worden. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd wegens niet-verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn.