ECLI:NL:CRVB:2011:BU8337
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens verwijtbaar niet aanvaarden algemeen geaccepteerde arbeid ondanks religieuze bezwaren
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en kreeg een aanbod voor werk bij een vleesverwerkingsbedrijf, deels toezicht houden op bestellingen en deels inpakken van vleesproducten. Hij wees het aanbod af vanwege een geplande vakantie en religieuze bezwaren tegen het werken met varkensvlees. Het College verlaagde daarop zijn bijstand met 100% voor een maand.
Appellant stelde dat zijn religieuze bezwaren zwaarwegend waren en dat het College daarom de verlaging niet had mogen opleggen. De Raad oordeelde dat dergelijke bezwaren gerespecteerd moeten worden, maar dat appellant niet heeft aangetoond dat het werk zodanig georganiseerd kon worden dat hij niet met varkensvlees in aanraking kwam. Hij had ook geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om contact op te nemen met het uitzendbureau om tot een acceptabele invulling te komen.
De Raad concludeerde dat appellant verwijtbaar de aangeboden algemeen geaccepteerde arbeid niet heeft aanvaard. Het College had daarom terecht de bijstand verlaagd. Ook was er geen reden om een lichtere maatregel op te leggen of te oordelen dat appellant onredelijk zwaar was getroffen. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% gedurende een maand wordt bevestigd wegens verwijtbaar niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid ondanks religieuze bezwaren.