ECLI:NL:CRVB:2011:BU8315
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- E.J.M. Heijs
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens onvoldoende deelname inburgeringsvoorziening
Appellant ontvangt sinds 2003 bijstand en heeft in 2008 een trajectplan ondertekend om deel te nemen aan een inburgeringsvoorziening met taallessen en een re-integratietraject. Ondanks meerdere waarschuwingen maakte appellant onvoldoende gebruik van deze voorziening, met name door onregelmatig schoolbezoek zonder afmelding.
Het Dagelijks bestuur legde daarom een maatregel op: een verlaging van de bijstand met 50% gedurende een maand, gevolgd door 25% verlaging gedurende twee maanden. Appellant voerde aan dat hij wel naar school ging en zijn schooltijden aanpaste vanwege werk, en dat de maatregel niet proportioneel was.
De Raad stelde vast dat appellant sinds mei 2008 niet meer werkte bij het schoonmaakbedrijf en dat het schoolverzuim in juni 2008 plaatsvond. De Raad vond geen reden om aan de afwezigheidsgegevens te twijfelen en oordeelde dat appellant zijn verplichtingen onvoldoende was nagekomen. De maatregel was volgens de wet passend en het beroep werd ongegrond verklaard.
De Raad zag geen aanleiding om de verlaging te matigen en bevestigde het besluit van het Dagelijks bestuur. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 50% gedurende een maand wordt bevestigd wegens onvoldoende deelname aan de inburgeringsvoorziening.