ECLI:NL:CRVB:2011:BU8307
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- E.J.M. Heijs
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens verwijtbaar gedrag bij verlies arbeid
Appellant ontving sinds 2003 bijstand en was vanaf april 2008 werkzaam bij een werkgever. Vanwege onaangepast gedrag en het niet accepteren van een aangepast werkrooster verloor hij zijn baan. Het Dagelijks bestuur legde daarop een verlaging van de bijstand met 100% voor een maand op wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij geen schuld had aan het verlies van zijn arbeid en dat de maatregel niet proportioneel was, mede gelet op zijn gezinssituatie. De Raad oordeelde dat appellant zijn stelling onvoldoende had onderbouwd en dat verwijtbaarheid niet ontbrak.
De Raad stelde vast dat het Dagelijks bestuur op grond van de WWB en de Afstemmingsverordening verplicht was een maatregel op te leggen en dat er geen reden was om de verlaging te matigen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering met 100% gedurende een maand wordt bevestigd wegens verwijtbaar gedrag van appellant.