ECLI:NL:CRVB:2011:BU8297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 43a WAO wegens ontbreken toegenomen beperkingen
Appellante verzocht het Uwv om een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 43a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), stellende dat haar medische beperkingen sinds de intrekking van haar eerdere WAO-uitkering op 5 maart 2005 waren toegenomen. Het Uwv wees dit verzoek af, omdat volgens de bezwaarverzekeringsarts geen sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid gedurende het relevante tijdvak tot 5 november 2008.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond en verwierp haar stelling dat het onderzoek onvolledig was omdat zij niet lichamelijk was onderzocht. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen wel waren toegenomen, onder meer omdat zij haar huishouden niet meer zelfstandig kan verrichten. Het Uwv handhaafde haar standpunt.
De Raad overwoog dat het bestreden besluit ruim moet worden uitgelegd en dat het tijdvak van beoordeling loopt van 5 maart 2005 tot en met 5 november 2008. Appellante bracht geen nieuwe medische gegevens aan die haar stelling van toegenomen beperkingen ondersteunen. Het besluit van het CWI dat zij niet geschikt is voor WSW-arbeid en haar eigen klachtenbeleving zijn niet doorslaggevend in deze WAO-beoordeling. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit van het Uwv.
Uitkomst: Het verzoek om een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 43a WAO wordt afgewezen wegens ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid sinds 5 maart 2005.