ECLI:NL:CRVB:2011:BU7738
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde premies sociale verzekeringswetten
Appellant werd als bestuurder van een vennootschap in oprichting (B.V. 1) hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor onbetaalde premies sociale werknemersverzekeringswetten over twee perioden: vóór en na oprichting van de vennootschap. De Raad bevestigde de aansprakelijkheid over de eerste periode, omdat appellant als bestuurder werd aangemerkt en de vennootschap de rechtshandelingen niet voldoende had bekrachtigd.
Voor de tweede periode oordeelde de Raad dat het Uwv onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het niet betalen van premies te wijten was aan kennelijk onbehoorlijk bestuur door appellant. Bovendien was appellant volgens stukken en een tussenarrest geschorst als bestuurder acht dagen na oprichting, waarna een interim-manager het bestuur voerde. Hierdoor werd het bestreden besluit over de tweede periode vernietigd en het primaire besluit herroepen.
De Raad wees ook het bezwaar af dat de redelijke termijn was overschreden, omdat appellant zelf om aanhouding had verzocht. Tevens werd het Uwv veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt de strikte motiveringseisen bij hoofdelijke aansprakelijkstelling en het belang van het aantonen van een causaal verband tussen bestuurshandelingen en onbetaalde premies.
Uitkomst: Hoofdelijke aansprakelijkheid bevestigd voor eerste periode, vernietigd voor tweede periode wegens onvoldoende motivering.