ECLI:NL:CRVB:2011:BU7582
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid
Appellante stelde beroep in tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering vanaf 3 december 2009 te herzien naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van 15 tot 25%. Zij voerde aan dat in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onvoldoende rekening was gehouden met haar medische klachten, waardoor de geduide functies niet geschikt zouden zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank en stelde vast dat er geen medische grondslag was voor het aannemen van meer beperkingen dan in de FML waren opgenomen.
De Raad hechtte waarde aan het rapport van de bezwaarverzekeringsarts, die zijn oordeel baseerde op de expertise van psychiater E.M.J. Hassing. Uit de stukken bleek dat het UWV de bevindingen van de psychiater had gevolgd en dat de neurologische en reumatologische klachten van appellante onvoldoende objectief waren om tot extra beperkingen te leiden.
De Raad vond de argumenten van appellante onvoldoende om het besluit te wijzigen en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wegens ontbreken van medische grondslag voor meer beperkingen.