ECLI:NL:CRVB:2011:BU7216
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WW-uitkering wegens niet-naleving sollicitatieplicht
Appellant kreeg een verlaging van zijn WW-uitkering met 25% voor vier maanden opgelegd door het UWV omdat hij onvoldoende had gesolliciteerd in de periode van 30 november 2009 tot en met 27 december 2009. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel degelijk sollicitaties had verricht en ontkende dat hij tijdens een gesprek met zijn werkcoach had toegegeven niet te hebben gesolliciteerd.
De Raad stelde vast dat appellant geen aantoonbare sollicitaties kon overleggen voor de genoemde periode. Het UWV had terecht geconcludeerd dat appellant zijn sollicitatieplicht niet was nagekomen en dat er geen sprake was van afwezigheid van verwijtbaarheid. De Raad oordeelde dat de maatregel passend was en dat appellant niet had aangetoond dat de hoogte van de maatregel gematigd moest worden wegens verminderde verwijtbaarheid.
Daarnaast was appellant niet verschenen bij een afspraak met zijn werkcoach en had hij pas tijdens de hoorzitting een overzicht van sollicitaties verstrekt, waardoor verificatie niet mogelijk was. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De verlaging van de WW-uitkering met 25% gedurende vier maanden wordt bevestigd wegens onvoldoende naleving van de sollicitatieplicht.