ECLI:NL:CRVB:2011:BU7212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak en ongegrondverklaring beroep wegens beëindiging recht op ziekengeld
Appellante was werkzaam als administratief medewerkster en meldde zich ziek na een traumatische gebeurtenis in oktober 2008. Het Uwv beëindigde haar recht op ziekengeld per 10 juli 2009 na een onderzoek door verzekeringsartsen die haar arbeidsgeschiktheid vaststelden. Appellante maakte bezwaar, dat werd afgewezen door het Uwv en de rechtbank.
In hoger beroep stelde appellante dat zij door een depressieve stoornis niet in staat was te werken. De Raad oordeelde dat de rechtbank het proces niet correct had behandeld omdat zij het Uwv niet de kans gaf te reageren op nieuwe stukken, waardoor de uitspraak niet rechtsgeldig tot stand kwam en vernietigd moest worden.
De Raad nam het oordeel van de verzekeringsartsen over dat appellante geen depressieve symptomen vertoonde en wel arbeidsgeschikt was. De aanvullende medische informatie van appellante was niet relevant voor de situatie per 10 juli 2009. Daarom verklaarde de Raad het beroep ongegrond en veroordeelde het Uwv in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten.