ECLI:NL:CRVB:2011:BU6981
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO- en ZW-uitkeringen wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellant was arbeidsongeschikt verklaard vanwege rugklachten en ontving een WAO-uitkering die later werd ingetrokken omdat hij geschikt werd geacht voor lichte functies zoals telefonist/receptionist. Na diverse medische beoordelingen en bezwaarprocedures bevestigden artsen dat er geen toename van beperkingen was die recht gaf op voortzetting van de uitkeringen.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, waarbij zij het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts onderschreef dat appellant geschikt was voor de genoemde functies. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn belastbaarheid onjuist was vastgesteld, met verwijzing naar een orthopedisch rapport, maar de Raad oordeelde dat dit rapport geen aanleiding gaf tot een ander oordeel.
De Raad benadrukte dat de medische gegevens geen objectief bewijs van toegenomen beperkingen bevatten en dat de functie van telefonist/receptionist binnen de mogelijkheden van appellant lag. De beëindiging van de uitkeringen werd daarom bevestigd, zonder aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WAO- en ZW-uitkeringen wegens onvoldoende medisch vastgestelde beperkingen.