ECLI:NL:CRVB:2011:BU6961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor salariskosten bewindvoerder bij schuldsanering
Betrokkene had een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand op grond van de WWB voor de salariskosten van de bewindvoerder en de minimale maandelijkse boedelbijdrage in het kader van de schuldsaneringsregeling. Het College van burgemeester en wethouders van Nijmegen wees deze aanvraag af, waarna de rechtbank Arnhem het beroep van betrokkene gegrond verklaarde en het besluit vernietigde, stellende dat de minimale boedelbijdrage als noodzakelijke kosten van het bestaan moest worden aangemerkt.
In hoger beroep stelde het College dat de kosten waarvoor bijzondere bijstand werd gevraagd zich niet daadwerkelijk voordeden, omdat betrokkene een inkomen had dat de beslagvrije voet niet overtrof en er dus geen verplichting was tot betaling van de minimale boedelbijdrage. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het in strijd is met de Faillissementswet om van betrokkene te verlangen deze bijdrage te betalen bij een inkomen onder de beslagvrije voet, en dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat deze verplichting bestond.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene tegen het besluit van 19 januari 2009 ongegrond. Tevens vernietigde de Raad het besluit van 19 oktober 2009 dat was genomen ter uitvoering van de vernietigde uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van bijzondere bijstand gehandhaafd.