ECLI:NL:CRVB:2011:BU6168
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Brand
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij per 5 mei 2009 geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het besluit van het UWV op een deugdelijke verzekeringsgeneeskundige grondslag berust.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank te veel waarde had gehecht aan de objectiveerbaarheid van zijn klachten en dat zijn beperkingen niet in onderlinge samenhang waren beoordeeld. Tevens verwees hij naar eerdere gronden die hij bij de rechtbank had aangevoerd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de beperkingen van appellant juist in onderlinge samenhang waren opgenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst en dat de medische informatie van derden door de bezwaarverzekeringsarts was betrokken. Ook werd benadrukt dat rekening was gehouden met klachten die niet direct medisch waren terug te voeren. De Raad concludeerde dat appellant niet meer beperkt is dan door het UWV was aangenomen.
Op grond van deze overwegingen bevestigde de Raad het bestreden vonnis en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 25 november 2011.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.