ECLI:NL:CRVB:2011:BU6161
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering urenbeperking en toekenning gedeeltelijke WAO-uitkering na herbeoordeling
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster, kreeg een gedeeltelijke WAO-uitkering toegekend na een herbeoordeling van haar arbeidsongeschiktheid. Diverse medische onderzoeken, waaronder door verzekeringsartsen en oogartsen, toonden beperkingen aan, maar geen noodzaak voor een urenbeperking. Het Uwv paste het Schattingsbesluit toe bij de functieduiding en stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 35 tot 45%.
De rechtbank had het beroep van appellante tegen het eerdere besluit gegrond verklaard, omdat niet aan de minimumeisen voor functieduiding was voldaan. Het Uwv nam daarop een nieuw besluit dat gedeeltelijke toekenning van de WAO-uitkering bevestigde. Appellante voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar klachten en dat een urenbeperking noodzakelijk was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische grondslag en motivering voor het ontbreken van een urenbeperking duidelijk en plausibel waren. De Raad bevestigde dat het Uwv met het nieuwe besluit had voldaan aan de eisen van het Schattingsbesluit en dat de geselecteerde functies geschikt waren. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het nieuwe besluit tot gedeeltelijke toekenning van de WAO-uitkering en het ontbreken van een urenbeperking is ongegrond verklaard.