ECLI:NL:CRVB:2011:BU5125
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag nabestaandenuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een nabestaandenuitkering aangevraagd na het overlijden van haar echtgenoot, waarbij zij stelde meer dan 45% arbeidsongeschikt te zijn. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af op basis van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek dat onvoldoende arbeidsongeschiktheid vaststelde.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat het onderzoek onvolledig was en dat zij op medische gronden vrijgesteld was van sollicitatieplicht in het kader van de WWB. Diverse medische stukken, waaronder een indicatiebesluit voor huishoudelijke zorg en een diagnose van een depressieve stoornis, werden overgelegd. Een psychiatrisch onderzoek concludeerde echter dat er geen psychiatrische beperkingen waren.
De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de medische beperkingen zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) juist waren vastgesteld. De vrijstelling van sollicitatieplicht in de WWB was niet relevant voor de beoordeling van arbeidsongeschiktheid volgens de ANW. Er waren geen arbeidskundige bezwaren tegen de geschiktheid van de functies die voor appellante waren geselecteerd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de nabestaandenuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.