ECLI:NL:CRVB:2011:BU4619
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA- en ZW-uitkering ondanks psychische en lichamelijke beperkingen
Appellante, voormalig kamermeisje/schoonmaakster, werd na beëindiging van haar dienstverband ziek gemeld met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek dat haar beperkingen niet tot een arbeidsongeschiktheid van meer dan 35% leidden en weigerde een WIA-uitkering. Tevens werd haar ziekengeld op grond van de Ziektewet beëindigd na een hersteldverklaring door een verzekeringsarts.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de belastbaarheid passend was bij de geselecteerde functies. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen, waaronder vermoeidheidsklachten en baarmoederverzakking, onvoldoende waren meegenomen, en dat haar belastbaarheid was afgenomen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige. Er was geen medische onderbouwing voor een onderschatting van beperkingen, en de belastbaarheid was niet gewijzigd. De Raad bevestigde dat de ZW-uitkering terecht was beëindigd en dat de WIA-uitkering terecht was geweigerd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en de beëindiging van de ZW-uitkering wegens onvoldoende onderbouwde beperkingen en ongewijzigde belastbaarheid.