ECLI:NL:CRVB:2011:BU1898
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat uitbreiding arbeidsovereenkomst naar 32 uur per week niet is aangetoond
Appellante was sinds 1 april 2009 werkzaam voor 8 uur per week bij haar werkgever. Na het faillissement van de werkgever op 12 januari 2010 vroeg zij het UWV om overname van betalingsverplichtingen op grond van de WW, waarbij zij stelde dat haar dienstverband vanaf 1 januari 2010 was uitgebreid naar 32 uur per week.
Het UWV kende haar een uitkering toe gebaseerd op een dienstverband van 8 uur per week en handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat geen arbeidsovereenkomst voor 32 uur was gesloten en appellante dit ook niet had bewezen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de werkgever met zijn verklaring een begin van bewijs had geleverd en dat het UWV moest bewijzen dat er geen 32-urige aanstelling was. De Raad oordeelde echter dat het aan appellante was om aannemelijk te maken dat de arbeidsovereenkomst was uitgebreid, wat zij niet had gedaan.
Het verzoek om nader bewijs ter zitting werd afgewezen vanwege het late tijdstip. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante niet heeft aangetoond dat haar arbeidsovereenkomst vanaf 1 januari 2010 was uitgebreid naar 32 uur per week.