ECLI:NL:CRVB:2011:BU1379
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, die sinds 1990 arbeidsongeschikt is, betwistte in hoger beroep de herziening van haar WAO-uitkering waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 45 tot 55%. Zij voerde aan dat haar psychische beperkingen werden onderschat en dat de arbeidskundige functies haar belastbaarheid overschreden. De Raad heeft de medische rapporten, waaronder die van de bezwaarverzekeringsarts en de huisarts, zorgvuldig bestudeerd en geen aanleiding gevonden om het oordeel van de rechtbank te wijzigen.
De bezwaararbeidsdeskundige had de passendheid van de functies administratief medewerker medisch archief, operator afbindmachine en printmonteur conventioneel voldoende gemotiveerd, ondanks het ontbreken van de handtekening van de bezwaarverzekeringsarts onder het rapport. De Raad stelde vast dat overleg tussen beide deskundigen heeft plaatsgevonden en dat dit rapport een toereikende basis vormde.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam, waarbij het beroep van appellante ongegrond werd verklaard. Er was geen reden voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 oktober 2011.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep van appellante ongegrond.