ECLI:NL:CRVB:2011:BT8962
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens voldoende arbeidsvermogen
Appellant, werkzaam als inpakker/sjouwer, meldde zich ziek wegens schouderklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellant volgens medisch en arbeidskundig onderzoek zijn eigen werk kon verrichten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) correct was vastgesteld.
In hoger beroep stelde appellant dat hij volledig arbeidsongeschikt was, maar leverde geen nieuwe medische gegevens aan. De Raad overwoog dat de aangevoerde argumenten geen nieuwe inzichten boden en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Psychische beperkingen werden niet onderbouwd en de medische stukken uit eerste aanleg bleven leidend.
De Centrale Raad van Beroep wees het hoger beroep af en bevestigde de weigering van de WIA-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen op 21 oktober 2011.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige gronden.