ECLI:NL:CRVB:2011:BT8953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op Wajong-uitkeringsbesluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante heeft in 2008 een verzoek ingediend bij het UWV voor een Wajong-uitkering vanwege sinds haar jeugd bestaande klachten. Het UWV wees dit verzoek af omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden. Appellante maakte hiertegen geen bezwaar, maar vroeg in 2009 alsnog om heroverweging. Het UWV weigerde terug te komen op het besluit omdat de overgelegde verklaringen van ouders en ex-partner geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze weigering ongegrond. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen niet als nieuw konden worden aangemerkt, mede omdat appellante deze al eerder had kunnen overleggen. Appellante stelde in hoger beroep dat zij door ziekte geen bezwaar had kunnen maken en de verklaringen daarom niet eerder had ingebracht.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. De Raad stelt vast dat de verklaringen geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevatten zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak blijft in stand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van het UWV om terug te komen op het Wajong-besluit wordt bevestigd.