ECLI:NL:CRVB:2011:BT7684
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet betalen griffierecht ongegrond verklaard
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Breda, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht van €111 niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant stelde dat hij het griffierecht op 14 september 2010 via bankoverschrijving had voldaan en overhandigde een bankafschrift ter bewijs.
De Raad stelde echter vast dat het bedrag niet op haar rekening was bijgeschreven en verzocht appellant meerdere keren om contact op te nemen met zijn bank om de betaling te verifiëren. Appellant heeft hieraan geen gehoor gegeven en verscheen ook niet op de zitting waar hij ambtshalve was opgeroepen.
De Raad oordeelde dat het risico van het niet kunnen aantonen van betaling voor rekening van appellant komt en dat er geen reden is om het verzet gegrond te verklaren. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en het hoger beroep niet-ontvankelijk gehouden.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet betalen van griffierecht wordt ongegrond verklaard.