ECLI:NL:CRVB:2011:BT7678
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WGA-vervolguitkering bij 45% arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als docent beeldende kunst en zelfstandig beeldend kunstenaar, viel in 2005 uit wegens fysieke en psychische klachten. Het UWV kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe vanaf augustus 2007. Na afloop hiervan stelde het UWV in 2009 vast dat appellant in aanmerking kwam voor een WGA-vervolguitkering bij 45% arbeidsongeschiktheid.
In bezwaar en beroep werd de medische en arbeidskundige beoordeling herhaald, waarbij artsen en arbeidsdeskundigen geen aanleiding vonden om de eerdere beperkingen substantieel aan te passen. De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV tot afwijzing van het bezwaar, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.
De Raad overweegt dat de functieduidingen en de medische rapporten voldoende onderbouwd zijn en dat geen nieuwe medische gegevens zijn aangeleverd die aanleiding geven tot twijfel aan de vastgestelde belastbaarheid. Ook de gestelde taalbeperkingen en geschiktheid voor bepaalde functies leiden niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.