ECLI:NL:CRVB:2011:BT7511
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting over omvang werkzaamheden
Betrokkene ontving sinds 1992 bijstand en werkte parttime in een souvenirwinkel. In 2008 startte de gemeente Amstelveen een onderzoek vanwege vermoedens dat betrokkene meer werkte dan opgegeven. Uit verificatieonderzoek, waarnemingen en een werkrooster bleek dat betrokkene niet de juiste omvang van zijn werkzaamheden had opgegeven.
Het College besloot daarom de bijstand met ingang van 1 juni 2008 in te trekken op grond van schending van de inlichtingenverplichting volgens de WWB. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, hoewel zij onvoldoende gemotiveerd achtte dat de inlichtingenplicht over inkomsten was geschonden.
In hoger beroep voerden de erven aan dat alleen de inkomsten van belang zijn en niet de uren gewerkt, en dat artikel 54 lid 3 WWB Pro niet van toepassing was omdat niet was vastgesteld dat bijstand ten onrechte was verleend. De Raad oordeelde dat de schending van de inlichtingenplicht over de omvang van de werkzaamheden voldoende grond is voor intrekking, omdat daardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De Raad bevestigde dat betrokkene zijn werkrooster onjuist had ingevuld en dat hij werkzaamheden verrichtte die niet waren opgegeven. Omdat betrokkene niet had onderbouwd hoeveel uren en inkomsten hij meer had, was het College terecht overgegaan tot intrekking van de bijstand vanaf 1 juni 2008. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.