ECLI:NL:CRVB:2011:BT7479
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet-beschikbaarheid voor arbeidsmarkt
Appellant werkte vanaf 1 juli 2009 als schoonmaker, meldde zich op 6 juli 2009 ziek en werd op 2 januari 2010 ontslagen. Hij vroeg op 26 januari 2010 een WW-uitkering aan, maar het Uwv wees deze af omdat appellant niet beschikbaar was voor de arbeidsmarkt. Appellant maakte bezwaar, dat werd ongegrond verklaard. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat hij wel beschikbaar was.
De Raad verwijst naar de overwegingen van de rechtbank, die stelde dat appellant niet met concrete en verifieerbare sollicitaties kon aantonen beschikbaar te zijn. Uit medische rapporten bleek dat appellant ziek was en niet kon werken. De rechtbank vond dat appellant door zijn gedrag ondubbelzinnig kenbaar had gemaakt niet beschikbaar te zijn voor arbeid.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door H.G. Rottier op 12 oktober 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WW-uitkering bevestigd.