ECLI:NL:CRVB:2011:BT7473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens onvoldoende medische grondslag
Appellant, werkzaam als vlechter van hogedrukslangen, meldde zich ziek vanwege een operatieve ingreep en diverse klachten. Het UWV beëindigde het ziekengeld per 18 mei 2009 na een medisch onderzoek door een verzekeringsarts en een bezwaarverzekeringsarts. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat het ontbreken van aanvullende informatie van de behandelend psychiater niet tot twijfel leidde.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de verzekeringsartsen onvoldoende rekening hielden met medicatie en behandeling door de psychiater en dat de WSW-indicatie aanpassingen noodzakelijk maakte. De Raad oordeelde dat deze gronden grotendeels herhaling waren en onderschreef het oordeel van de rechtbank. De WSW-indicatie werd niet als directe grondslag voor arbeidsongeschiktheid erkend, mede omdat deze indicatie pas ruim na de datum in geschil was vastgesteld.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht het ziekengeld heeft beëindigd en wees het hoger beroep af. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van het ziekengeld per 18 mei 2009 wordt bevestigd.