ECLI:NL:CRVB:2011:BT7352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrond verklaring hoger beroep Ziektewet-uitkering
Appellante, voormalig communicatiemedewerker, viel in november 2006 uit door een val en meldde zich in december 2008 ziek met nek- en rugklachten. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek vast dat zij vanaf 2 februari 2009 geschikt was voor haar arbeid en beëindigde haar Ziektewet-uitkering. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank.
In hoger beroep stelde appellante dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zij door haar klachten niet in staat was 40 uur per week te werken. De Raad constateerde dat de rechtbank ten onrechte niet opnieuw toestemming had gevraagd voor het afdoen van de zaak buiten zitting na ontvangst van nieuwe stukken, waardoor de uitspraak niet rechtsgeldig tot stand was gekomen en vernietigde deze.
De Raad oordeelde dat het UWV voldoende onderzoek had verricht naar de maatstaf van arbeid en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was. De bezwaarverzekeringsarts had de beperkingen van appellante adequaat beoordeeld en de Raad volgde diens conclusie dat appellante geschikt was voor haar arbeid. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd wegens procedurele onregelmatigheden.